Exposities
 

Den Haag – Museon – Wildlife Photographer of the Year

t/m 7 maart 2010

Het Museon in Den Haag toont de expositie ‘Wildlife Photographer of the Year 2009’, waar de winnende foto’s van de internationale ‘The Wildlife Photographer of the Year Competition’ te zien zijn.
The Wildlife Photographer of the Year Competition heeft dit jaar voor de 26e maal plaatsgevonden. De wedstrijd wordt traditiegetrouw georganiseerd door BBC Wildlife Magazine en Natural History Museum in Londen. Natuurfotografen van over de hele wereld dingen mee naar de titel. Dit jaar ontving de organisatie een record aantal inzendingen van meer dan 43.135 foto’s van deelnemers uit 94 landen. Slechts 2 Nederlanders wisten zich te profileren in de competitie. Jan Vermeer uit Apeldoorn en Miles Kenzo Kooren uit Utrecht hebben beiden een eervolle vermelding verkregen, een buitengewone prestatie. Hun inzendingen 'Puffin in the snow' en 'Intimate death' maken deel uit van de 95 gekozen foto's voor de jaarlijkse tentoonstelling.

Jan Vermeer's foto van de papegaaiduiker maakte deel uit van de categorie Animal Portraits. Zijn genomineerde foto is gemaakt aan het Varanger Fjord in Noorwegen waar duizenden zeevogels neerstreken om te gaan broeden. Vermeer: 'Ik keek uit over de zee en zag de vogels aan komen vliegen. Er zijn gouden momenten in je leven die je nooit vergeet en dit is er een van.'

Miles Kenzo Kooren's foto 'Intimate death' kreeg een eervolle vermelding in de categorie 11-14 jaar. Hij zwom in een lagune in Lambir Hills National Park, Sarawak, Borneo, toen er plotseling een kleine slang uit een boom op het zand viel. Het dier veroberde een gekko. Plat op de grond heeft Miles de maaltijd gefotografeerd.

Wildlife Photographer of the Year
José Luis Rodriquez uit Spanje werd onderscheiden als ‘Wildlife Photographer of the Year 2009’ voor zijn foto 'The storybook wolf', genomen in Spanje.
‘It took ages to find the ideal location, let alone a wolf that would jump a gate. When I got the shot of my dreams I couldn’t believe it. I think the Spanish can be proud to have such a beautiful animal.’ Iberian wolves have been persecuted by people who see them as a threat to livestock, and also because of ignorance about the supposed danger they pose. Though frequently found near human settlements, there are no verified incidences of them attacking people.
MUSEON

Den Haag – Liefhertje + De Grote Witte Reus – Krista van der Niet / Natascha Libbert

tot en met 3 april

Krista van der Niet en Natascha Libbert presenteren in 'Liefhertje en De Grote Witte Reus' nieuwe fotografische werken waarin hun karakteristieke en eigenzinnige beeldtaal hoogtij viert. Waar Van der Niet haar sculpturale stillevens nog verder sublimeert zoekt Libbert over haar eigen grenzen de dialoog in haar verstilde werken op.
Liefhertje en De Grote Witte Reus

Rotterdam – Nederlands Fotomuseum – Nicholas Nixon – The Brown Sisters

tot en met 28 maart

Het Nederlands Fotomuseum toont de portretreeksen van de Amerikaanse fotograaf Nicholas Nixon (1947), van zijn vrouw Bebe en haar drie zussen. Een serie waaraan hij nu al zo'n 35 jaar werkt.

Nixon‘s plan is helder: portret per jaar, alleen de gezichten met een deel van de lichamen en altijd van links naar rechts: Heather, Mimi, Bebe, Laurie. De serie is een krachtig beeldverhaal over de sporen die de tijd achterlaat.

Tevens te zien: QUICKSCAN NL#1 FOTOGRAFIE NU
tot en met 24 mei
De Nederlandse fotografie geniet nationaal en internationaal een hoog aanzien. Een sterke documentaire traditie, aandacht voor het alledaagse, oog voor het menselijke aspect en kunsthistorische genres als portret en landschap worden vaak als de belangrijkste kenmerken genoemd. Maar in de nieuwe eeuw doen zich nieuwe ontwikkelingen voor. Er ontwikkelt zich een nieuwe mentaliteit onder fotografen en beeldend kunstenaars die met fotografie werken.

Het Fotomuseum biedt u een impressie van deze ontwikkelingen. Kan een foto een performance, collage of installatie zijn? Nemen we definitief afscheid van de analoge fotografie? Hoe blijft het fotoboek overeind tussen de diversiteit van presentatievormen? QUICKSCAN NL#01 is een prikkelende momentopname van de fotografie in ons land.

Olivier Jobard met 'Kingsley's Crossing'
tot en met 07 maart
Jobard volgde Kingsley op zijn zes maanden durende reis. Een aangrijpend journalistiek relaas in geheel eigen vorm: een slideshow die voelt als een film.

Amsterdam – FOAM – Mylou Oord

tot en met 24 maart 2010

Foam_Fotografiemuseum Amsterdam toont in het kader van de Amsterdam International Fashionweek het werk van de jonge mode- en portretfotograaf Mylou Oord. Rode draad door de tentoonstelling is de serie die Oord maakte rondom de Amsterdamse modejournaliste en stijlicoon Aynouk Tan.

Oords fotografie kenmerkt zich door een uitgesproken stijl die de zeitgeist van haar generatie goed vertegenwoordigt. Haar onderwerpen komen allemaal uit de creatieve wereld en in het vastleggen ervan is er duidelijk blijk van een grote verwantschap met de geportretteerde.

Als autodidact laat Oord zich niet leiden door technische of stilistische kaders waardoor er soms ongepolijst aandoende, maar tegelijkertijd zeer intieme foto’s ontstaan. Ze werkt zeer intuïtief wat hele directe en pure foto’s oplevert.

Voor It would be so nice fotografeerde Oord vriendin en muze Aynouk Tan een jaar lang. In deze serie is duidelijk zichtbaar hoe voor Oord de grenzen vervagen tussen een meer snapshot-achtige aanpak en een geposeerd portret. Het verschil tussen haar opdracht- en vrije fotografie is lang niet altijd zichtbaar. Het spontane en intieme karakter van haar foto’s geven de kijker het gevoel het leven van de fotograaf zelf van heel dichtbij mee te maken.

Mylou Oord (Amstelveen 1987) is autodidact en richt zich op de portret-, mode- en documentaire fotografie. Ze assisteerde tussen 2007 en 2009 het succesvolle fotografenduo Petrovsky&Ramone. Oord exposeerde op Streetlab festival in Amsterdam (2007), het Streetlab festival in Istanbul (2008), en op de Amsterdam Biënnale in Mediamatic(2009). Ze publiceert regelmatig in Blend, Vice, Mikromag.com en de bijlage van het NRC Handelsblad, waar ze het beeld maakt van de wekelijkse (mode)kolom van Aynouk Tan.
FOAM

Den Haag – Fotomuseum – Fotografie!

tot en met 8 april

In het Fotomuseum Den Haag is de tentoonstelling Fotografie! Een Bijzondere Collectie van de Universiteit Leiden te zien. De tentoonstelling bestaat uit de bijzondere fotocollectie van de Universiteit Leiden, één van Nederlands oudste en meest complete fotocollecties.

Bijzonder is dat de collectie niet chronologisch wordt gepresenteerd maar aan de hand van artistieke thema's geordend is, wat zorgt voor verrassende combinaties en bijzondere inzichten. Het is ook voor het eerst dat de fotocollectie op grote schaal te zien is en evenals de complete serie portretten die fotograaf Hendrik Kerstens maakte van zijn dochter.
Fotomuseum Den Haag

Verder in het Fotomuseum
De Zilveren Camera 2009, de belangrijkste prijs voor fotojournalisten in Nederland, is in het Fotomuseum Den Haag toegekend aan fotograaf Pim Ras (1966). Zijn indringende foto van Karst Tates, de dader van de aanslag op Koninginnedag, is uit ruim 9.500 inzendingen verkozen tot de beste persfoto van 2009. Het juryrapport zegt over de foto: Dit is het beeld wat je bijblijft. Deze foto vertelt het verhaal van Koninginnedag 2009. De mislukte aanslag op de koninklijke familie. Alle ingrediënten zijn aanwezig. De jury geeft de foto van Pim Ras alle eer. De winnende foto is, samen met de andere genomineerde fotos, tot en met 7 maart te zien in het Fotomuseum Den Haag.

Het Fotoverhaal van het Jaar, die voor het eerst werd uitgereikt, is toegekend aan Emilie Hudig. Hudig leed aan Hodgkin en maakte een indrukwekkend fotoboek waarin ze het verloop van haar ziekte vastlegde.

De Canonprijs voor jong talent is toegekend aan autodidact Ruben Joachim Terlou (1985)

Amsterdam – FOAM – Alexander Rodchenko – Revolution in Photography

t/m 17 maart 2010

Nikon heeft toegangskaarten beschikbaar gesteld voor studenten van de School voor Fotografie
Foam_Fotografiemuseum Amsterdam presenteert een uniek overzicht van het werk van de wereldberoemde Russische avant-gardist Alexander Rodchenko. De tentoonstelling omvat meer dan 200 vintage afdrukken waarvan sommigen nooit eerder in het Westen zijn getoond.

Alexander Rodchenko (1891-1956) behoort tot de grote vernieuwers binnen de avant-garde kunst van het begin van de twintigste eeuw en is een van de meest veelzijdige kunstenaars van de avant-garde beweging. Aanvankelijk maakte Rodchenko internationaal naam als schilder, beeldhouwer en grafisch ontwerper. Omdat hij ervan overtuigd was dat fotografie het medium van zijn tijd zou worden, koos hij in het begin van de twintiger jaren voor de fotografie. Gedurende de volgende twee decennia ontwikkelde hij een geheel nieuwe beeldtaal met uitgesproken camerastandpunten, extreme perspectieflijnen en close-ups van verrassende details. Nieuw was ook dat Rodchenko grafisch ontwerp als een integraal onderdeel van de fotografie zag. Bijzonder is dat hij formele overwegingen verenigde met zijn vurige wens het sociale en politieke leven in de Sovjet-Unie vast te leggen. Tijdens zijn leven had hij niet alleen grote invloed op de manier waarop mensen fotografie zagen, maar ook hoe de rol van de fotograaf werd ervaren.

De tentoonstelling Revolution in Photography volgt de ontwikkelingen van het fotografische werk van deze revolutionaire kunstenaar gedurende twee decennia en toont niet alleen zijn talent voor het experiment, maar ook de ongelofelijke diversiteit van zijn werk. Zowel zijn gevatte fotomontages als de documentaire reportages in de straten van Moskou, zijn dynamische architectuurstudies en de intieme portretten van mensen uit zijn artistieke kring hebben allen een diepgang en een reikwijdte die tijdens zijn leven slechts door weinigen werd geëvenaard. Rodchenko verliet de zogenaamde ‘pure’ kunst om een beeldtaal te ontwikkelen die ook de massa zou aanspreken. Om dit te bereiken was hij niet alleen actief als vernieuwend documentaire fotograaf en fotojournalist, maar ook als grafisch ontwerper van ondermeer posters, tijdschriften en boeken.

Door de weloverwogen selectie van zijn werk biedt de tentoonstelling niet alleen een uitstekende mogelijkheid om Rodchenko’s unieke fotografische werk opnieuw te waarderen, maar ook om een uniek licht te werpen op de vruchtbare en tumultueuze periode waarin hij werkte – een periode die zich uitstrekt van de intellectueel avontuurlijke jaren rondom Lenin’s revolutie tot het repressieve regime dat werd geïnitieerd door Stalin. De tentoonstelling maakt ook duidelijk hoe fris en gedurfd Rodchenko’s werk ook nu nog is. Want hoewel er ondertussen meer dan een halve eeuw is verstreken sinds Rodchenko’s overlijden, inspireren zijn artistieke prestaties ook tegenwoordig nog vele en vaak uiteenlopende kunstenaars.
De tentoonstelling Revolution in Photography is gemaakt in samenwerking met het Moscow House of Photography.
FOAM


Amsterdam - Huis Marseille – Edward Burtinsky - Oil

t/m 28 februari 2010

Aan de hand van monumentale en gedetailleerde kleurenfoto's toont de Canadese fotograaf Edward Burtynsky in Huis Marseille Amsterdam het thema 'Oil'.
Edward Burtynsky (1955) laat de samenhang zien tussen de winning van olie en het effect dat dit op het landschap heeft, tussen de cultuur van olieconsumptie en de infrastructuur die daarvoor nodig is, en volgt hij de afvalsporen die deze industrie en zijn gebruikers overal ter wereld achterlaat.
Tevens verschijnt de publicatie Burtynsky/Oil, Corcoran Gallery of Art, Steidl 2009.
Deze tentoonstelling kwam tot stand in nauwe samenwerking met de Nicholas Metivier Gallery, de Scotiabank Group, beide in Toronto, de Corcoran Gallery of Art in Washington en Torch Gallery.Huis Marseille

Rotterdam – Kunsthal – Nicole Segers – Het veer van Istanbul

t/m 11 april 2010

Fotografe Nicole Segers verblijft, samen met schrijfster Irene van der Linde, een jaar lang aan de oevers van de Bosporus, het grensgebied tussen Europa en Azië dat dwars door Istanbul loopt. Kunsthal Rotterdam presenteert de bijzonder sfeervolle fotoserie van Segers die een aaneenschakeling van ontmoetingen laat zien op beide oevers van de stad, op markten, in winkels en bij mensen thuis. Met groot gevoel voor kleur en detail maakt zij zichtbaar hoe oost en west in de Turkse miljoenenstad met elkaar zijn verbonden.

In de fotoserie van Nicole Segers ontvouwt Istanbul zich in vele facetten. Zij plaatst de hectiek en levendigheid van het stadse leven tegenover de rust die heerst op de veerpont waar door veel Istanbullers dagelijks gebruik van wordt gemaakt. Aan boord van de pont wordt thee gedronken, de krant gelezen, in stilte gewerkt en mijmerend uit het raam gestaard. De passagiers zijn even nergens, onderweg naar de overkant. Op het vasteland overheerst bedrijvigheid. De was hangt uit het raam te drogen en vis wordt aan de man gebracht. Segers legt de talloze ontmoetingen die zij met diverse mensen in de stad heeft minutieus en met gepaste afstand vast. Want hoewel zij ook bij Istanbullers thuiskomt of hen bij de kapper, op de markt of in de werkkantine ontmoet, zij registreert hun leven vanaf de zijlijn, zonder erin binnen te dringen.

Nicole Segers maakt zichtbaar dat de inwoners van de Turkse hoofdstad zowel letterlijk als figuurlijk voortdurend pendelen tussen oost en west. Zo ogenschijnlijk achteloos als de veerpont tussen Azië en Europa vaart, zo moeiteloos gaan ook de invloeden van oost en west in het straatbeeld en dagelijks leven in elkaar over. Beide oevers van de stad hebben weliswaar hun eigen karakter; zij horen niettemin naadloos bij elkaar. Met haar fotoserie legt Nicole Segers de ongrijpbaarheid en onzichtbaarheid van grenzen op een bijzondere manier vast; zij zoekt naar de vraag wat de Bosporus als grensgebied betekent voor de inwoners van Istanbul. Of misschien wel voor Turkije in het algemeen, dat met de discussie rondom de toetreding tot de EU al jarenlang balanceert tussen twee continenten. In 2010 is Istanbul door de EU uitgeroepen als culturele hoofdstad.
Kunsthal

Amsterdam – Persmuseum – Einde van een tijdperk

tot en met 28 februari 2010

In het Amsterdamse persmuseum zijn bijzondere voorpagina's met historische foto's van kranten uit heel Europa te zien, ten tijde van de val van de muur in 1989.
PERSMUSEUM

Amsterdam – Uitvaartmuseum – Seiichi Furuya – Trace Elements

t/m 23 mei 2010

Gast-curator Erik Kessels brengt met 'Trace Elements' van Seiichi Furuya: fotograferen tot in de dood, hedendaagse kunst over de dood in het Uitvaart Museum.
TOTZOVER

Tilburg – De Pont - Sophie Calle – Talking to Strangers

tot en met 16 mei 2010

In 2007 maakte Sophie Calle (Parijs, 1953) op de Biënnale van Venetië grote indruk met de installatie Prenez Soin De Vous. Een recent geproduceerde Engelstalige versie van dit werk vormt het middelpunt van haar tentoonstelling in De Pont. De expositie, haar eerste in Nederland sinds bijna vijftien jaar, is een coproductie met de Whitechapel Art Gallery in Londen en omvat behalve Take Care of Yourself nog elf sleutelwerken uit de periode van 1979 tot nu.

Kunst en leven zijn in het werk van Sophie Calle een hechte verbintenis aangegaan. ‘Gelukkige gebeurtenissen, die beleef ik, de ongelukkige buit ik uit. In de eerste plaats vanuit een artistieke interesse, maar ook om ze te transformeren, er iets van te maken, er mijn voordeel mee te doen, - wraak te nemen op de situatie.’ zei ze in 2003.
Take Care of Yourself, dat vier jaar na dit interview met Christine Macel werd voltooid, is daarvan een treffend voorbeeld. ‘Zorg goed voor je zelf’ luidden de slotwoorden waarmee Sophie Calle’s toenmalige geliefde de relatie per e-mail verbrak. Ze heeft het advies ter harte genomen en de e-mail tot inzet gemaakt van een kunstwerk. Wat begon als een vraag aan een goede vriendin, kreeg ten slotte de omvang van een project waarin 107 vrouwen betrokken werden. Onder hen bevonden zich een mediator, een taalkundige, een psychiater, een specialiste vrouwenrechten bij de VN, een schooljuffrouw, een politieofficier en Calle’s eigen moeder, maar ook een romanschrijfster, een helderziende, een actrice, een zangeres, een danseres en een clown. Op verzoek van Sophie Calle hebben zij allen vanuit hun eigen professionele deskundigheid de e-mail van de minnaar geanalyseerd, becommentarieerd en er in een aantal gevallen een antwoord op geformuleerd. In Take Care of Yourself heeft deze veelheid aan gesproken, geschreven, gezongen en gedanste reacties vorm gekregen in een installatie van teksten, foto’s en beeldschermen, waarop filmpjes worden afgespeeld. Het is een verrassende opeenstapeling van interpretaties die het werk niet alleen ver boven zijn pijnlijke aanleiding doet uitstijgen, maar ook loszingt van het autobiografische.
In de manier waarop Sophie Calle hier - en in andere werken - gebruik maakt van gebeurtenissen uit haar persoonlijk leven is geen zweem te bekennen van het exhibitionisme dat zo kenmerkend is voor het huidige emotietijdperk. Naar haar eigen gevoelens kunnen we alleen maar raden en ook de geliefde blijft buiten beeld. In Take Care of Yourself heeft Sophie Calle de regie weer zelf in handen genomen.

Al dertig jaar beweegt de kunst van Sophie Calle zich tussen de wil om greep te krijgen op het bestaan en het verlangen er zich aan over te geven. De werken waaraan gebeurtenissen uit haar privéleven ten grondslag liggen, vinden een tegenhanger in die waarin het eerder andersom is; in werken waarin de kunst zijn stempel drukt op haar dagelijks leven. Als kind al hield Calle van rituelen. Sinds 1979 hebben die in haar werk een plek gekregen in de strategieën die haar doen en laten bepalen en structureren. Sophie Calle speelt het spel met grote inzet en volharding en doet daarvan in haar kunstwerken verslag op een even feitelijke als ingetogen wijze.
Door het leven op te vatten als een spel dat volgens bepaalde regels dient te worden geleefd, schept zij een ruimte waarbinnen zij zich kan overgeven aan het onverwachte en onvoorziene. In 1979 besloot Calle willekeurige passanten te volgen en zich door hen mee te laten voeren door de straten van de stad. Sindsdien heeft zij talrijke scenario’s bedacht waarin zij de ander in zijn eigen intimiteit probeert te benaderen. Het meest expliciet deed zij dat in The Sleepers (1979) een actie waarin zij mensen vroeg enkele uren in haar bed te komen slapen; het meest ‘brutaal’ in The Address Book (1983). De titel slaat op het boekje met adressen dat Sophie Calle in juni 1983 vond op straat. Geïntrigeerd door de onbekende eigenaar, probeerde zij hem beter te leren kennen, niet tijdens een ontmoeting maar via de beschrijvingen van vrienden en relaties, van wie zij de gegevens in het adresboekje aantrof. De perspex doos met krantenknipsels die nu onder die titel wordt geëxposeerd, bevat de 28 dagelijkse afleveringen waarin ze de bevindingen van haar ‘onderzoek’ publiceerde in het dagblad Libération.

In verhalen van anderen krijgen subjectief beleefde en soms al verdwenen realiteiten gestalte. In werken als Los Angeles (1984) en The Detachment (1996) is Sophie Calle op zoek gegaan naar die verhalen. Soms ook liet zij zich er letterlijk door leiden, zoals in The Bronx (1980). In foto’s en teksten zijn de plekken in deze New Yorkse wijk gedocumenteerd waar willekeurige bewoners van The Bronx haar naar toe brachten toen zij hen vroeg haar de plek te laten zien die zij zich altijd zouden herinneren.
Sophie Calle heeft haar eigen bestaan een belangrijke plaats gegeven in haar werk. De documentaire manier waarop zij haar werk presenteert, suggereert een hoge mate van feitelijkheid. Waar feit en fictie in elkaar overgaan is voor de kijker nauwelijks te achterhalen. Onder de indruk van de suggestieve kracht van haar werk, baseerde Paul Auster in zijn roman Leviathan (1983) het gedrag van het personage Maria op episodes uit het leven van Sophie Calle. Op haar beurt vroeg Calle de Amerikaanse schrijver een fictief karakter te bedenken, dat zij in het werkelijke leven zou kunnen aannemen. Dat weigerde Auster, wel gaf hij haar een aantal instructies ‘ter verbetering van het leven in New York’. Gotham Handbook (1994) doet daarvan verslag en toont onder meer de openbare telefooncel die Sophie Calle midden in New York adopteerde om deze vol toewijding te veranderen in een plek van warmte en gezelligheid.
Soms is de verbintenis tussen kunst en werkelijkheid die Sophie Calle opzoekt licht en poëtisch, dan weer klinkt een dramatischer ondertoon. In haar werken maakt zij ons daarvan deelgenoot, tegelijkertijd houdt zij afstand en laat zij ruimte voor eigen invulling en interpretaties van de kijker. De handelingen die zij verricht om het leven te lijf te gaan zijn invoelbaar en minder particulier dan het dagboekachtige karakter van haar werk suggereert.
Where and When (2004-2008) is ontstaan uit de samenwerking van Sophie Calle met de helderziende Maud Kirsten. Calle vroeg Kirsten haar de toekomst te voorspellen zodat zij deze ‘tegemoet kon gaan en haar te vlug af kon zijn.’ Berck is het fotoverslag van de in Noord Frankrijk gelegen badplaats, waar de kaarten Sophie Calle op 17 mei 2004 naar toe stuurden. Het meest ontroerend komt het onvermogen om leven en dood werkelijk te vatten naar voren in het werk Pas pu saisir la mort (2007). De video toont de laatste twintig minuten uit het leven van de moeder van Sophie Calle. Het moment van haar verscheiden liet zich niet vangen. Ook op het ultieme moment waren het leven en de dood ongrijpbaar.
De Pont

Haarlem – De Hallen – Nieuwe aanwinsten

tot en met 7 maart 2010

De Hallen Haarlem toont in de Vleeshal haar aankopen voor de collectie uit de afgelopen twee jaar, waaronder werk van Sven Augustijnen (B), Charles Atlas (US), Iain Forsyth & Jane Pollard (UK), Christian Jankowski (DE), Erik van Lieshout (NL), Renzo Martens (NL), Nathaniel Mellors (UK), Dash Snow (US), John Stezaker (UK), Kelley Walker/Erik van Lieshout (US/NL) en Gillian Wearing (UK). De tentoonstelling bestaat uit audiovisueel werk en fotografie – de twee belangrijkste aandachtspunten in het collectiebeleid sinds 2000.

In de collectie van De Hallen Haarlem ligt het accent op actuele, internationale hedendaagse kunst, waarin ‘de mens’ vaak de hoofdrol speelt. De aankopen van de eerste helft van dit decennium betroffen voornamelijk geëngageerde fotografie, die de vaak gecompliceerde relatie tussen de mens en maatschappij in beeld bracht. De afgelopen jaren is er naast fotografie vooral ook videokunst verworven, en is er aandacht voor kunst waarin afstand wordt genomen van de werkelijkheid en de blik naar binnen wordt gericht.
In deze presentatie van recente aanwinsten komen aan de ene kant subjectieve interpretaties van het documentaire genre aan bod, waarmee het museum reflecteert op haar deelcollectie geëngageerde fotografie.
De Hallen

Verder in De Hallen
Haarlem – De Hallen – Gerrit van Dijk - Zeek
tot en met 7 maart 2010
In De Hallen Haarlem is de serie Zeek (2005 - .. ) van Haarlemmer Gerrit van Dijk (1938, Uden) te zien. Van Dijk, internationaal bekend als animatiefilmer, fotografeert zichzelf al vijf jaar tijdens zijn toiletbezoek op zijn reizen naar locaties in binnen- en buitenland. Een selectie uit deze duizenden foto’s is chronologisch geprojecteerd in het Kabinet van De Hallen Haarlem.

Gerrit van Dijk studeerde aan de Academie voor Kunst en Architectuur in Tilburg en begon zijn carrière als schilder. Tijdens de jaren zeventig maakte hij de overstap naar animatiefilms, waarmee hij op het snijvlak tussen schilderkunst en animatie opereert. Voor het Frans Hals Museum maakte hij de film Frieze Frame, waarin hij 39 schilderijen uit de collectie tot leven wekte en in elkaar liet overvloeien. Hij ontving voor deze en zijn andere animatiefilms verschillende (inter)nationale prijzen, waaronder de Gouden Beer en het Gouden Kalf.

In 2005 begint hij op zijn reizen zichzelf te fotograferen tijdens het toiletbezoek. Met een gewone camera en zonder statief fotografeert hij zichzelf met de zelfontspanner. Een wasbak, vensterbank of richel dient soms als ondersteuning. Het beeld is steeds vrijwel hetzelfde: Van Dijk draagt altijd een zwart pak met zwarte hoed, de foto’s
zijn op de rug genomen. Door de serialiteit van de foto’s, die ook kenmerkend is voor animatiebeelden, gaan de details ervan meer opvallen. Zo zijn er verschillen in de belichting en variëren de interieurs van café tot kantoorpand, of van vliegtuig tot bij iemand thuis. Een alledaagse handeling wordt door Van Dijk tot een speciaal moment gemaakt - als het ware een onderwerp van een vakantiekiekje. Aan de onderschriften ziet de toeschouwer naar welke plaatsen de animatiefilmer in zijn carrière tijdens de jaren 2005 tot 2010 zoal is afgereisd. Dit varieert van Rotterdam tot Haarlem, Havana tot Washington D.C., Moskou tot Praag.

Bij de tentoonstelling verschijnt een publicatie over het voortdurende project Zeek, met teksten van Lilian Blom (schrijfster), Bies van Ede (schrijver), Nuel Gieles (journalist en dichter) en Piet Zwaanswijk (beeldend kunstenaar en theatermaker). ISBN: 978-90-9024800-4, verkoopprijs: 8 euro.
De Hallen

Sittard – Museum Het Domein - Sarah Vanagt – Pocket Cinema

tot en met 11 april 2010

De jonge Vlaamse filmmaker en kunstenares Sarah Vanagt (Brugge, 1976) verwierf in haar korte artistieke carrière tot nu toe faam met poëtische, ontroerende documentaire-films, video-installaties en foto’s. Zij studeerde achtereenvolgens geschiedenis aan de universiteiten van Antwerpen, Sussex en Groningen, en film aan de National Film and Television School in Londen.

Vanagts existentiële werk houdt zich ergens op tussen de wieg en het graf – en vooral omtrent die twee uitersten. In haar eerste werken richtte zij haar camera veelal op een postkoloniaal, door oorlogsgeweld verscheurd Afrika. Zo speelt de documentaire Begin Began Begun (2004) zich af in de grensstreek van Congo en Rwanda. Wij zien een dorpsonderwijzer ten overstaan van een schoolklas worstelen, hoe om te gaan met de herdenking van de genocide die zich er tien jaar tevoren afspeelde. De volkerenmoord wordt angstvallig vermeden in de geschiedenisboekjes waarmee hij zich moet bedienen. In Les Mouchoirs de Kabila (2005), geschoten in hetzelfde grensgebied, volgt Vanagt de kinderen tussen de ruïnes van het door lava overstroomde Goma. Zij spelen grenswacht, begraven gehavende poppen, lezen het nieuws voor. In het spel en via hun verbeelding proberen de kinderen door te dringen tot de dagelijkse realiteit waarin zij leven. Een realiteit die beheerst wordt door de herinnering aan de verschrikkingen van de burgeroorlog. Door de eenvoud en ingetogenheid waarmee zij in beeld gebracht worden, winnen Vanagts bewogen onderwerpen nog aan diepte.

De tentoonstelling in Museum Het Domein brengt verschillende oudere en recente werken van Vanagt samen, waaronder een serie recente cibachrooms die begraafplaatsen tonen. Pocket Cinema vormt Vanagts eerste museumsolo. De tentoonstelling wordt mede gepresenteerd in het kader van de internationale Fotobiënnale in Luik en de Euregio.
HET DOMEIN

Antwerpen – Fotomuseum – Carl de Keyzer – Congo

tot en met 16 mei

Indrukwekkende dubbelexpositie met foto’s over Congo, waar De Keyzer in vrijwel onmogelijke omstandigheden moest werken. Het tweede deel van de expositie, waarvoor hij foto’s selecteerde uit het Afrikamuseum in Tervuren, is ronduit verpletterend.

Carl De Keyzer realiseerde de voorbije jaren een reeks opnamen die een indringend beeld schetsen van de Belgische restanten in het moderne Congo. Hij volgde de route van toeristische trekpleisters uit de koloniale periode zoals beschreven in een oude reisgids. Althans dat heeft hij geprobeerd. Vaak waren er geen degelijke wegen meer en bepaalde gebieden waren totaal onbereikbaar. Om dit project te realiseren heeft De Keyzer verschillende barrières moeten overwinnen: de natuur, de administratie, de mensen, de corruptie en vooral ook zichzelf. 


Congo (belge) is een unieke fotoreeks met historische betekenis, die confronterend is omdat ze zowel vragen oproept bij de manier waarop België deze kolonisatie architecturaal en urbanistisch heeft ingevuld, als bij de oorzaken van de huidige staat van chaos en verval. Het is het eerste allesomvattende fotografische project dat over Congo gemaakt is.

Carl De Keyzer maakt sinds 1994 deel uit van het gerenommeerde fotoagentschap Magnum. Hij maakte naam met zijn reportages en grootschalige projecten zoals Zona, over de kampen in Siberië en Trinity over de macht.
FOTOMUSEUM

Venlo – Museum van Bommel van Dam – De wonderjaren



Museum van Bommel van Dam toont de familie tentoonstelling 'De Wonderjaren.' Hierin brengen Frank Groothof, Michel Pellanders en Hannes Wallrafen hun jeugdherinneringen samen in tekst, beeld en geluid. Alle drie opgegroeid in de jaren vijftig vertalen ze hun gezamenlijke jeugdherinneringen naar een collectief verhaal. De bezoeker stapt in de wereld van een tienjarig jongetje dat in de periode van wederopbouw opgroeit.
WONDERJAREN

Gent – Caemersklooster – Lijn 3

tot en met 28 maart

Een jaar lang doolden ex-straathoekwerker Jan Beke en zes topfotografen door de Gentse Brugse Poort. Balancerend op de rand van de maatschappij legden ze beelden en verhalen vast van armoede en ellende, maar ook van liefde en menselijkheid. Het resultaat is een boek en een tentoonstelling in het Genste Caermersklooster: Lijn 3, naar de buslijn die naar de wijk voert. De rit opent de ogen. ‘Het is het verhaal van een ontspoorde stedelijke dynamiek en van de mensen die daar het slachtoffer van zijn.’ (De Morgen, vrijdag 5 februari)
LIJN 3

Eindhoven – Galerie Pennings – Michel Szulc-Krzyzanowski – ‘Sequences, The ultimate selection’

tot 13 maart 2010

In Galerie Pennings toont Michel Szulc-Krzyzanowski zowel bekende als nog niet eerder getoonde fotosequenties. Zijn nieuwe boek Sequences, The ultimate selection is verkrijgbaar tijdens de tentoonstelling, alsook de gelimiteerde art edition.

Krzyzanowski (1949) volgde zijn opleiding aan Academie St. Joost in Breda en de Koninklijke Academie in ’s-Hertogenbosch. Hij maakt artistiek-conceptuele foto’s die in musea en galeries worden geëxposeerd en sociaal-documentaire fotografie in de vorm van fotoprojecten. Hij heeft talloze fotoboeken op zijn naam staan.

In 1971 exposeerde hij voor de eerste keer zijn fotosequenties, in het Noord-Brabants Museum in ’s-Hertogenbosch. In 1972 had hij zijn eerste buitenlandse tentoonstelling met fotosequenties in het Camden Arts Centre in Londen. Michel Szulc-Krzyzanowski werkte tot 1985 aan zijn zwart-wit sequenties in Europa, Noord-Afrika, de Verenigde Staten en vooral Mexico. Van 1995 tot 2000 werkte hij aan de Vista-serie, opnieuw in Mexico. In 2000 verhuisde hij zijn thuisbasis van Nederland naar Spanje en werkte in het Parc Natural Cabo de Creus aan de Punta Prima-serie. Sinds 2005 leeft en woont hij zonder een vaste woon- en verblijfplaats. Regelmatig verblijft hij langere periodes in zijn kampeerauto in Mexico.
Galerie Pennings

Düsseldorf – NRW-FORUM – Robert Mapplethorpe – Eine Retrospektive

tot en met 15 augustus

Het NRW-Forum in Düsseldorf, Duitsland, toont een unieke overzichtstentoonstelling van de Amerikaanse fotograaf Robert Mapplethorpe. Het is voor het eerst dat er in Duitsland zo’n groot overzicht van zijn werk in een museum is te zien. Robert Mapplethorpe (1946-1989) is volgens de curatoren, een van de weinige kunstenaars die het werkelijk verdient om ver over de grenzen van de kunstwereld bekendheid te genieten. Mapplethorpe domineerde de fotografie in de laat twintigste eeuw en brak een lans voor de acceptatie van fotografie als kunstvorm. Hij verankerde het onderwerp van homoseksualiteit in de massacultuur en schiep een klassiek fotografisch beeld, met name van mannelijke lichamen, die zijn weg vond in commerciële fotografie.

Zowel tijdens zijn leven als na zijn dood, was het werk van Mapplethorpe omstreden. Tot het eind van de twintigste eeuw werden tentoonstellingen met zijn werk geboycot, gecensureerd of gesloten. Zijn radicale verbeelding van naaktheid en seksuele activiteiten, zijn altijd controversieel geweest. Zijn foto’s van sadomasochistische praktijken in het bijzonder, choqueerden en resulteerden veelvuldig in protesten buiten de tentoonstelling en in rechtszaken tegen diverse museumdirecteuren. In 2008 oordeelde het Hoger Gerechtshof in Japan echter, dat de erotische foto’s van Mapplethorpe niet in strijd waren met het Japanse verbod op pornografie en werd een aantal foto’s die al acht jaar lang in beslag waren genomen, vrijgegeven.

Voor zover het de Amerikaanse criticus Arthur C. Danto betreft, creëerde Mapplethorpe ‘een aantal van de meest schokkende en inderdaad een aantal van de meest gevaarlijke beelden in de moderne fotografie, of zelfs in de geschiedenis van de kunst.’

De curator van de tentoonstelling Werner Lippert stelt : “deze tentoonstelling behoeft geen rechtvaardiging. Mapplethorpe is ontegenzeggelijk een van de meest belangrijke fotografen van de 20e eeuw. Dit overzicht van zijn werk is een artistieke noodzaak”.

De tentoonstelling in het NRW Forum gaat in op alle aspecten van Mapplethorpes werk; van portretten en zelfportretten, homoseksualiteit, naakten, bloemen en de kwintessens van zijn oeuvre: de fotografische beelden van sculpturen inclusief de vroege polaroid.
NRW-FORUM